Log in (Nieuwe klant? Meld je aan!)
De levensduur van een wasmachine met een laadvenster hangt ook af van de zorg die u ervoor draagt. Onderhoud de machine goed en u zult er nog tevredener over zijn.
Gebruik een zachte vochtige doek om de buitenkant en het bedieningspaneel van de machine schoon te maken. U kunt eventueel een scheutje vloeibare detergent toevoegen.
Droog uw wasmachine af met een zachte doek.
Controleer of in de plooien van het rubber van de deur van de machine geen vuildeeltjes zitten. U kunt aanwezig vuil makkelijk verwijderen met een zachte tandenborstel.
Maak het rubber daarna schoon met een vochtige doek.
Bij de meeste wasmachines kan de wasmiddellade verwijderd worden.
U kunt ze dus losmaken van de wasmachine.
Spoel elk compartiment en de leiding waarlangs het wasmiddel gaat met lauw water.
Met behulp van een borsteltje kunt u hardnekkige wasmiddelresten verwijderen.
Droog de lade met een doek af voordat u ze terugplaatst.
Laat de deur van de machine na gebruik openstaan voor een goede hygiëne.
U kunt de trommel één keer per maand schoonmaken met een wasprogramma op 90°, zonder wasmiddel of wasgoed.
> Indien de filter zich onderaan onder de plint bevindt, moet u eventueel restwater aftappen door een recipiënt onder de filter te plaatsen voordat u hem schoonmaakt. Schroef de filter los zonder hem volledig te verwijderen, zodat het water kan weglopen. Haal de filter daarna volledig uit de machine. Laat uw wasmachine lichtjes voorover hellen zodat al het water kan wegstromen. Reinig daarna de filter en de filterruimte door er alle voorwerpen uit te verwijderen (knopen, muntstukken, ...) en controleer of er niets in de filterruimte is achtergebleven. Plaats de filter terug en controleer of hij goed vastzit. Als de filter niet goed wordt teruggeplaatst, kan dit een lek veroorzaken!
> Indien de filter zich achteraan de trommel bevindt, , haal hem dan uit de filterruimte volgens de instructies die u terugvindt in de gebruiksaanwijzing van uw wasmachine. Reinig de filter door opgevangen voorwerpen te verwijderen. Zorg ervoor dat de filterruimte schoon is.
Plaats de filter daarna opnieuw op zijn plaats.
Controleer geregeld of de leidingen voor de watertoevoer en -afvoer geen barsten of slijtage vertonen. Is dat wel het geval, vervang de leidingen dan door identieke exemplaren. Controleer of de leidingen goed zijn bevestigd en of aan beide uiteinden dichtingsringen zijn aangebracht.
Bepaalde waterleidingen zijn voorzien van een antikalkfilter ter hoogte van de aansluiting. Controleer en reinig deze filter volgens de instructies die in de gebruiksaanwijzing ervan staan beschreven.